IN DE KIJKER

Doordenken over dooddoeners (Polis, 2019)

Wij, mensen, zijn raadselachtige dieren. We lopen rechtop, we bedrijven de liefde het hele jaar door en we hebben praat voor tien. Niet dat we altijd zinnige dingen zeggen, want vaak weten we niet wat gezegd en spreken we toch. Dooddoeners heet zoiets. Ogenschijnlijk zijn ze nietszeggend, maar niets is minder waar. Dooddoeners zijn soms ook doordenkers. Jean Paul Van Bendegem en Ignaas Devisch gaan op zoek naar de diepere betekenis van 104 dooddoeners. Van ‘als we maar gezond zijn’ en ‘ik ben geen racist, maar’ tot ‘dit is te zot voor woorden’ en ‘ja maar, da’s toch logisch’: weten we wel wat we zeggen als we een dooddoener gebruiken?

Doordenken over dooddoeners is een even geestig als diepzinnig boek over de vele manieren waarop we niets proberen te zeggen tegen elkaar en daardoor ongewild meer zeggen dan we bedoeld hadden.

 
 

BOEKEN

(alle boeken zijn ook te bestellen bij Boekhandel Walry)

Het empathisch teveel. Op naar een werkbare onverschilligheid (De Bezige Bij, Amsterdam 2017)

In een tijd waarin maatschappelijke tegenstellingen en sociale ongelijkheid op de voorgrond treden, klinkt een sterke roep om meer empathie. Van Barack Obama en Angela Merkel tot Jesse Klaver – velen beschouwen het menselijk vermogen zich in te leven in anderen als stuwende kracht voor moreel handelen en een probaat middel tegen onverschilligheid. Maar is empathie altijd goed? Op het niveau van de persoonlijke verhoudingen is zij wenselijk, maar empathie is geen wondermiddel waarmee we alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. Een zekere onverschilligheid is gewenst en soms zelfs bittere noodzaak.


In Het empathisch teveel neemt Ignaas Devisch de lezer, uitgaande van voorbeelden uit het actuele maatschappelijke debat, mee in de geschiedenis van het denken over empathie. Hij daagt ons uit na te denken over ons mensbeeld: schuilt in ieder mens behalve een vriend niet ook een schurk?

Inleiding tot de medische filosofie (Acco, 2018)

De medische wereld stelt ons voor talloze uitdagingen: genetica, neurowetenschappen, predicitieve geneeskunde, de impact van leeftijd, medicalisering... Het lijstje is lang en vraagt om diepgaande analyses. Het terrein van de medische filosofie en ethiek probeert daarop een antwoord te bieden door te kijken naar wat er vandaag en morgen op het spel staat. Maar ook door terug te blikken in onze denktradities en vast te stellen dat filosofie en geneeskunde meer met elkaar te maken hebben dan velen vermoeden.

 

Deze Inleiding tot de medische filosofie gaat na hoe in de westerse traditie filosofen de medische wereld hebben beïnvloed en omgekeerd. Het betreft geen geschiedenis van de wijsbegeerte noch van de geneeskunde. De focus ligt op de wederzijdse wisselwerking tussen die twee terreinen in de tijd, en ook op de culturele en maatschappelijke context waarbinnen die zich steeds wijzigende verhouding zich heeft afgespeeld. Hoe is nagedacht over thema's zoals lichamelijkheid, ziekte of gezondheid vanuit filosofische hoek? En hoe heeft de evolutie van de geneeskunde een impact gehad op de filosofie? Die vragen vormen de rode draad in het boek.

De Naakte Waarheid (De Bezige Bij, Amsterdam 2018)

In het voorjaar van 2018 verscheen De Naakte Waarheid, een essay dat Ignaas Devisch schreef in opdracht van Confituur, de onafhankelijke boekhandels in België en wordt uitgegeven door de Bezige Bij.

 

Van Plato’s allegorie van de grot tot het werk van de hedendaagse filosoof Francis Fukuyama ‒ al eeuwenlang staat in de filosofische zoektocht naar de waarheid één ideaal voorop: het verlangen de wereld van alle sluiers te ontdoen en haar te kennen zoals ze écht is. De waarheid, zo wil het spreekwoord, moet naakt zijn, of ze is niet. Dat ideaal vinden we ook in de hardcore pornografie, die zo expliciet mogelijk het ‘echte’ menselijke genot in beeld wil brengen.

Hoe meer hardcore pornografie de echtheid van seksualiteit wil tonen, hoe meer het theatrale karakter ervan duidelijk wordt. Immers, wie roept dat hij of zij geniet, is niet aan het genieten, maar doet alsof er genoten wordt. Zoals de pornografische blik op seksualiteit tot mislukken is gedoemd, zo zullen we ook nooit de naakte waarheid kunnen bereiken, aldus Ignaas Devisch.

Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven. (De Bezige Bij, Amsterdam, 2016)

We werken minder, maar we hebben meer te doen. We hebben meer vrije tijd, maar we slapen minder. Terwijl we klagen over de drukte, de gejaagdheid en dreigende burn-outs, plannen we onze dagen vol. Kortom, onze tijd wordt ‘obees’; we proppen alles vol en zijn niet langer in staat om te lummelen of werkelijk niets te doen.
Wie denkt dat rusteloosheid een ziekte is van deze tijd, heeft het mis. Al eeuwenlang zoekt de mens een uitweg voor een probleem dat hij zelf veroorzaakt: een te vol leven. Maar is die rusteloosheid werkelijk een probleem, of is het juist een van onze voornaamste drijfveren? Passie, creativiteit en verlangen bestaan bij gratie van ongedurigheid, aldus filosoof en medicus Ignaas Devisch.
In weerwil van alle pleidooien om te vertragen en de roep om spiritualiteit en ascese, breekt dit boek een lans voor de positieve kanten van een mateloos leven.

Ziek van gezondheid. Voor elk probleem een pil? (Devisch et al, De Bezige Bij, Antwerpen, 2013)

Medicijnen zijn er om ziektes te bestrijden. Betekent de vaststelling dat we met zn allen meer medicijnen nemen dan dat we vaker ziek zijn? En ook het aantal mogelijke `ziektes of stoornissen neemt sterk toe. Dat stemt tot ongerustheid, want in onze wereld is gezondheid de norm. Om normaal te zijn moet je gezond zijn en streven naar verbetering. Ziek van gezondheid schetst een onthullend beeld van een samenleving waarin medicalisering de spuigaten uitloopt. We belijden gezondheid als een orthodox geloof en beschouwen steeds meer aspecten van ons leven als een medische kwestie. We worden stilaan ziek van gezondheid. Ignaas Devisch, professor in de ethiek, filosofie en medische filosofie aan de Universiteit Gent, stelde dit boek samen.

Ligt de waarheid in het midden? Nadenken in Wolkenkoekoeksoord (ASP Editions, Brussel, 2011)

We kennen ze allemaal, van onszelf en van anderen, de gedachte dat 'de waarheid in het midden ligt'. Immers, 'te' is nooit goed: niet te veel, te weinig evenmin. In het alledaagse spreken gaat het misschien om de macht der gewoonte, maar politiek en maatschappelijk gezien is het zeker geen neutrale gedachte. Na 9/11 zijn alle stromingen die in naam van de waarheid spreken verdacht geworden: het midden lijkt nog de enige plaats die we kunnen vertrouwen omdat daar alles gerelativeerd wordt. Nochtans is er tijdens het afgelopen decennium vanuit datzelfde midden bijzonder veel geweld gebruikt. Denk maar aan de gevangenis van Guantanamo Bay waar in naam van de strijd tegen het extremisme alle burgerrechten werden en nog steeds worden genegeerd. Zelfs indien de waarheid in het midden zou liggen, biedt dit duidelijk geen garanties om 'uitersten' te voorkomen. 
Vanuit de vraag 'Ligt de waarheid in het midden?' onderzoekt Ignaas Devisch de maatschappelijke rol van waarheid en kritiek in onze samenleving. De auteur grasduint in het werk van verschillende filosofen en sociologen, maar schrijft op een toegankelijke manier over actuele problemen van onze tijd. Vanuit concrete voorbeelden analyseert hij hoe 'waarheid' vandaag nog veel meer aan het werk is dan we denken en hoe we ons daartegenover kritisch kunnen verhouden. 
Ligt de waarheid in het midden is verplichte literatuur voor iedereen die geïnteresseerd is in het beter begrijpen van de politieke problemen van onze tijd. 

De ivoren toren. Pleidooi voor een hardnekkige filosofie. Een essay (Klement, Kampen, 2008) 

Sinds Sainte-Beuve halverwege de negentiende eeuw De Vigny verweet zich op een hautaine manier te hebben teruggetrokken in zijn 'ivoren toren', gebruiken wij deze uitdrukking nog louter negatief. Ze staat sindsdien symbool voor wereldvreemde filosofen, wetenschappers of intellectuelen die zich uit de maatschappij terugtrekken om van daaruit dé waarheid te verkondigen. Omtrent die waarheid is ook vandaag veel te doen. Enerzijds gaan wij ervan uit dat dé waarheid niet langer bestaat en al zeker niet in een ivoren toren tot stand komt. Anderzijds willen wij allemaal toegang verwerven tot de waarheid die tot voor kort blijkbaar aan enkelingen was toebedeeld - een van de meest beleden credo's van onze tijd luidt niet toevallig dat 'ieder zijn waarheid heeft'. De ivoren toren waarin de filosofie zou vertoeven, is bijgevolg zowel een mikpunt van kritiek als een richtpunt van verlangen. Deze interessante paradox vraagt om opheldering. Hij confronteert ons met de vraag of en hoe de waarheid momenteel in het geding is en wat dit kan betekenen voor de filosofische praxis, vandaag en in de toekomst. Dit boekje pretendeert niet in naam van de filosofie te spreken of het terrein van de wijsbegeerte strikt af te bakenen. Eerder betreft het een pleidooi om bepaalde vragen, zoals die naar de waarheid, hardnekkig te blijven stellen, in weerwil van hen die ze al lang achter ons wanen. Tegenover het in deze tijd zo populaire beeld van de filosofie als 'levenskunst' en 'zingeving', verdedigt de auteur een denken dat zich niet zomaar in een levenspraktijk of ad-hoc dienstbetoon laat omzetten en uitgaat van zijn 'noodzakelijke overbodigheid'.

De roze billen van Renoir. Een inleiding in de medische filosofie (Acco, Leuven, 2008)

Dit en dient oock niet verzwegen dat int leere de philosophie moet voren gaen ende de medecijne volghen- zo schrijft Paracelsus in 1563. Het is slechts één van de vele bronnen waarin filosofie en geneeskunde met elkaar in verband worden gebracht. Wie vandaag beweert dat het filosofische denken en het medische denken twee handen op één buik zijn, stoot nochtans op wenkbrauwengefrons. Dat ethiek iets met de medische wereld te maken heeft, kan op een grote consensus rekenen, maar filosofie? In De roze billen van Renoir wordt nagegaan hoe in de westerse traditie filosofen de medische wereld hebben beïnvloed en omgekeerd. Het betreft geen geschiedenis van de wijsbegeerte en evenmin die van de geneeskunde. De focus ligt op de wederzijdse wisselwerking tussen die twee terreinen doorheen de tijd, maar ook naar de culturele en maatschappelijke context waarbinnen die zich steeds wijzigende verhouding zich heeft afgespeeld. Hoe is nagedacht over medische thema's zoals lichamelijkheid, ziekte of gezondheid vanuit filosofische hoek? En hoe heeft de evolutie van de geneeskunde op zijn beurt een impact gehad op de filosofie? Deze vragen vormen de rode draad doorheen dit boek.

Wij. Jean-Luc Nancy en het vraagstuk van de gemeenschap (Uitgeverij Peeters, Tertium Datur Reeks Leuven 2003)

Dat wij een bepaalde blauwdruk kunnen uittekenen voor de ideale gemeenschap om dit vervolgens politiek planmatig te realiseren, die gedachte is in de vorige eeuw op terreur en sociale ontbinding uitgelopen. De vraag aan elke sociale en politieke filosofie luidt sindsdien: hoe kunnen wij nog spreken over gemeenschap wanneer zowat elk referentiekader daarvoor weggevallen is? In die context moet men het hedendaagse debat over dit vraagstuk situeren. In dit debat is het werk van de Franse filosoof Jean-Luc Nancy opvallend afwezig gebleven, ook al heeft die van deze kwestie een van de centrale vragen van zijn tot nu toe onontgonnen oeuvre gemaakt. Nancy wijst ons op de enorme uitdaging waarvoor de gemeenschap vandaag staat: wij proberen voor het eerst in de geschiedenis te leven in een gemeenschap en een wereld zonder ontologische garantie, een existentie waarvoor geen enkel criterium, grond of maat nog gegeven is. Met deze fundamentele kwestie voor ogen wordt Nancy's sociale en politieke filosofie uitvoerig uiteengezet en binnen het maatschappelijke kader van onze tijd geplaatst.