De impasse in het identiteitsdebat

October 9, 2019

 

Sinds vorige week hebben we een nieuwe Vlaamse regering. De met tromgeroffel aangekondigde Vlaamse identiteit is prominent aan­wezig in het regeerakkoord. De tekst poneert eerst dat die gedeelde identiteit vaststaat en dat wij ze ‘complexloos’ moeten beleven, maar jeremieert daarna dat ze er nog niet is en nood heeft aan symbolen en een canon. De gedeelde identiteit fungeert daardoor tegelijk als antwoord en als probleem. En dat is een probleem.

 

Laat ik daarom de bedrieglijk eenvoudige vraag opwerpen: hoe kunnen we een gedeelde identiteit begrijpen in een samenleving als de onze? Politiek gesproken is dit doorgaans een thema dat rechtse partijen graag oppikken en waartegen linkse partijen waarschuwen. Rechts vindt een gelijkmakende identiteit noodzakelijk om tot een hechte leefgemeenschap te komen. Links ziet in een strak identiteitsbegrip vooral de gevaren van het verleden opduiken, waardoor het uit schrik ervoor het thema als zodanig onbesproken laat of zweert bij een ‘lang leve de verschillen’. Een gedeelde sterke identiteit is dus voor de een het antwoord op een aantal problemen en voor de ander een problematisch antwoord. Zoiets heet een impasse.

 

Om die te doorbreken, moeten we misschien een andere vraag stellen: waarom is de verzuchting naar een identiteit vandaag zo groot? Wat is er in de wereld gaande dat identiteit een van de politieke splijtzwammen is geworden? Het antwoord is eenvoudig: omdat er heel veel onzekerheid over bestaat. We hebben weinig vastigheid over onze plaats en dreigen die altijd aan anderen te moeten prijsgeven. Het begint al met de landschapsbureaus op het werk, die ons niet meer toelaten een ­eigen plekje te creëren. En maatschappelijk luidt de mantra dat we de flexibiliteit zelve moeten zijn. Die toverformule wordt ondersteund door change managers die anderen komen vertellen dat ze moeten veranderen en elk protest er­tegen wegzetten als karakteriële weerstand of behoudsgezindheid. Verandering is blijkbaar altijd en overal beter dan behoud. Dus moeten we ons aanpassen en onthechten van wat is, want morgen moet het alweer anders en beter.

 

Waarom is de verzuchting naar een identiteit vandaag zo groot?

Geen vaste grond onder de voeten hebben hakt op mensen in. Vandaaruit ontstaat vanzelf een sterker verlangen naar gehechtheid. Daar is niet mis mee, schrijft Bruno Latour in Où atterrir? Comment s’orienter en politique. Hij stelt dat een opgelegde (economische) vlucht vooruit veel mensen een gevoel van ontworteling bezorgt. Maar eerder dan ons af te vragen of die mars voorwaarts wel behapbaar is voor iedereen, wordt het debat afgeleid naar een cultureel register en verengd tot de zoektocht naar een vastgelegde identiteit en een ingebeeld glorierijk verleden. Onder­tussen houdt de levensdruk aan en blijft het ongenoegen bestaan. De menselijke nood aan existentiële verankering hangt op die manier vast in de hengsels van een nationalistische tendens die vandaag op veel plaatsen succes kent, omdat ze minstens ingaat op de verzuchting naar wortels en een vaste plaats in de wereld. De hoogdravende zoektocht naar een collectief ideaal-ik verdoezelt echter waar het fundamenteel om gaat: economische onzekerheid, existentiële onrust over de samenleving van morgen en de gedeelde zoektocht naar een warm nest.

 

Gelukkig zijn er andere en betere ­manieren om tegemoet te komen aan de nood aan hechting en het verlangen naar een minder verbrokkelde realiteit. Het doet me denken aan de film Paterson (2016), waarin op een veelzeggende manier ongeveer niets gebeurt. We zien een koppel dat sterk aan elkaar gehecht is. Zij blijft thuis en doet weinig meer dan het huishouden versieren in zwart-witmotieven. Hij rijdt met een bus, schrijft gedichten en wandelt met hun hond. En zo doen ze verder, want ze zijn met elkaar verbonden. Ze zijn evenzeer gehecht aan de nietszeggende plaats waar ze wonen – Paterson. Door zich te beperken tot ogenschijnlijk banale alledaagse scènes toont regisseur Jim Jarmusch het belang van verbinding en vertrouwdheid in onze leefomgeving. Iedereen die ergens woont, verdient het te kunnen wortelen. Het verlangen daarnaar is een universeel gegeven dat niet gebonden is aan één plaats alsof het een natuurwet betrof. Maar we moeten allemaal wel een eigen plaatsje hebben of het loopt geheid fout.

 

Natuurlijk is het zinvol je af te vragen wie we zijn. En als stichtende voor­beelden uit onze geschiedenis die vraag mee kunnen uitklaren, waarom niet. Maar door vooral terug te grijpen naar oude recepten geef je veeleer blijk van onmacht. Zoeken naar hechting draait rond het leren omgaan met de vragen en de twijfels van je eigen tijd. Nostalgie is daarbij een slechte raadgever. Liever dan een gedeelde identiteit op te leggen moeten we ons afvragen waarom we vandaag collectief veel angst vertonen over wie we morgen kunnen zijn. Misschien bevroeden we niet snel een antwoord op die vraag, maar hebben we wel al het probleem te pakken. Zou dat geen verbindend vertrekpunt kunnen zijn?

 

 

Terug

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload