Laat je niet blind maken door wantrouwen

May 28, 2019

 

Tijdens de lang uitgesponnen verkiezingscampagne stonden de sociale media elke dag opnieuw vol berichten die moesten etaleren hoezeer we het systeem doorhebben. Want we zijn kritische burgers en laten ons niet vangen door loze beloftes, leugens of politieke reclame. Toch?

 

Welnu, als we allemaal wakkere sujetten zouden zijn, waarom trappen zovelen dan in de val van de leugenachtige internetpropaganda, zoals vorige week nogmaals duidelijk werd in een nieuw rapport van het campagneplatform Avaaz (DS 23 mei)? Extreemrechtse groepen verspreidden in de aanloop naar de verkiezingen ranzige propaganda die miljoenen Europese burgers bereikte. Het ging onder meer om Facebook-pagina’s die bol staan van gedateerde of gemonteerde foto’s en filmpjes, en die laten uitschijnen dat het gaat om recent geweld van vooral gekleurde mensen tegen blanken. De gemanipuleerde berichten hadden mogelijk een beslissende impact op het stemgedrag van velen.

 

Dat we geloven wat we willen geloven, is natuurlijk geen nieuws. Maar met de opkomst van internetpropaganda heeft die neiging tot selectieve aanname van feiten een nieuwe dimensie gekregen. Sociale media laten toe specifieke doelgroepen te benaderen met berichten die hun wereldbeeld bevestigen. Extreemrechtse propagandisten beseffen bijvoorbeeld dat velen het klassieke politieke systeem – de elite – wantrouwen. Dat exploiteren ze door hen te bombarderen met goed verpakte propaganda die dat wantrouwen voedt. Wie ergens van overtuigd is, gaat minder kritisch om met informatie die het eigen gelijk bevestigt. Op die manier kijken kwade kiezers naar vermeend achtergehouden info en laven ze zich er achteloos aan, als betrof het melk van de moederborst.

 

Toegegeven, het is een slimme zet om kiezers aan je te binden. Geef mensen wat ze zoeken – beelden die de rotheid van het systeem bevestigen – waardoor ze in het delirium van hun grote gelijk niet langer nadenken over wat ze aan het bekijken zijn. ‘Zie je wel dat ze de waarheid verstoppen’, klinkt het dan. Hoe ranziger de beelden, hoe groter de overtuiging dat het wantrouwen gerechtvaardigd is. Terwijl misnoegde burgers denken dat ze daarmee het systeem ontmaskeren, trappen ze blindelings in de val. Dat populistische en extreemrechtse figuren vandaag goed scoren, heeft niet alleen daarmee te maken. Maar het is een factor waarmee we rekening moeten houden, boven op de (extreem)rechtse stemmingmakerij van de afgelopen jaren dat een armageddon van vluchtelingen het einde van Europa zou inluiden.

 

De kwalijke gevolgen daarvan reiken verder dan de verkiezingen, die tenslotte altijd al draaien rond de vraag wie het beste theaterstuk brengt. Ten gronde gaat het om ‘waarheid en leugen in buitenmorele zin’, om Friedrich Nietzsche te citeren. Niet toevallig gaat de opkomst van politiek populisme hand in hand met een toegenomen wantrouwen in de wetenschap. Die zou per definitie links of elitair zijn. Zo wil de Braziliaanse president Jair Bolsonaro ‘nutteloze’ vakken afschaffen die aan¬zetten tot kritisch denken. Uiteraard staat filosofie dan met stip bovenaan op de lijst – er zijn nog zekerheden. Ook in ons land gaan stemmen op om bepaalde ‘linkse’ richtingen af te schaffen.

 

We moeten ons ernstig zorgen maken over die destructieve agenda, die we tot nu niet mochten benoemen wegens ‘politiek correct’. Ondertussen zijn populisten bezig de komende generaties verder aan zich te binden door hun zin voor kritische analyse af te zwakken en het breed gedeelde wantrouwen in het systeem verder te exploiteren. Een desastreuze evolutie. Een democratie staat of valt met burgers en onafhankelijke media die terugvallen op het vermogen tot kritische interpretatie van de informatie die hen bereikt. Wat mogen we voor waar aannemen en op basis waarvan?

 

Tot spijt van wie het benijdt, is een wetenschappelijke opleiding een prima oefening daarin, maar het zou de basis moeten vormen in alle onderwijs. Zelf had ik het absolute voorrecht het vak ‘historische kritiek’ te volgen. Dit heeft mijn omgang met tekst- en beeldmateriaal substantieel aangescherpt. Je leert je oordeelsvermogen te bevragen en bronnenmateriaal te interpreteren. Zonder de capaciteit om feit van fictie te onderscheiden, staan we nergens in een wereld als de onze, die onophoudelijk een informatiestroom op ons afvuurt.

 

We moeten ons daarom dringend opnieuw bezinnen over het oudste maar geenszins gedateerde filosofische idee van de waarheid. Niet zozeer, of toch zeker niet alleen de verguisde postmodernisten hebben dit begrip onderuitgehaald. Die cultiveerden tenminste nog het besef dat ons oordeel feilbaar is en dat waarheid en interpretatie geen vanzelfsprekende zaken zijn. Dat je niets of niemand nog mag geloven, is een veel destructievere gedachte, die eindigt in een blindelings vertrouwen in de onfeilbaarheid van het eigen wantrouwen. De politieke gevolgen daarvan zijn wereldwijd al enkele jaren duidelijk. Nu dus ook bij ons.

 

Terug

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload