Ook de criticus moet zich verantwoorden

January 23, 2019

Een van de vele reacties op de protesterende studenten luidt dat ze niet consequent en dus hypocriet zijn. Ter ondersteuning posten de critici foto’s van kampeerafval op festivals of refereren ze aan de vele vliegtuigreizen die jongeren zouden maken. Kortom, ze zaaien twijfel door veralgemening, een klassiek schijnargument. Zoals Karl Marx ooit zei: ik ben veel mensen tegengekomen, maar dé mens ken ik niet. Idem dito voor dé jongere. Het valt daarom moeilijk na te gaan of dé betogende studenten inconsequent zijn.

 

Als we aannemen dat jongeren – zoals volwassenen – niet altijd even consequent zijn, maakt dit hun acties dan ongeloofwaardig? Het klinkt als de vraag van één miljoen: moeten we consequent handelen om geloofwaardig te zijn? Consequent betekent strikt genomen ‘wat voortvloeit uit wat eerder was’. Dan volgt het ene uit het andere, omdat een bepaald principe je handelen aanstuurt. Maar op ecologisch vlak consequent zijn is onmogelijk. Leven is vervuilen en alleen de dood maakt daar – consequent – een einde aan. Je voetafdruk tot nul reduceren kan ­alleen door met je handen een diepe put te graven, jezelf erin te leggen en langzaam tot compost te verworden.

 

Vanaf de zijlijn wijzen op het vervuilende en inconsequente gedrag van klimaatbetogers is gemakzuchtig. Natuurlijk mogen we waakzaam en kritisch zijn voor elkaar en moeten we wetenschappelijk bij de les blijven over de vraag welke de beste opties zijn voor het milieu. Maar waarom zou degene die voor het klimaat betoogt consequenter moeten zijn dan de cynicus aan de zijlijn? Vanwaar haalt de buitenstaander het recht zichzelf te ontslaan van de opgave ethisch of milieubewust te handelen, terwijl die wijst op het falen van anderen?

 

Ethiek begint bij verantwoording, zoals Hans Jonas ooit zo mooi schreef in Het principe verantwoordelijkheid. Hij vertrok daarbij van de gedachte dat we voor alles wat we doen ons moeten kunnen verantwoorden. Vandaaruit valt over de ethiek – of beter het gebrek eraan – van de buitenstaander veel te zeggen. Maar omdat hij zelf uit beeld blijft, terwijl hij anderen ontmaskert, vergeten we zijn positie ter discussie voor te leggen. Ten onrechte. Het volstaat het werk van Jacques Derrida te herlezen om dat te beseffen. We moeten, aldus Derrida, vooral de vraag stellen naar wat aan ons blikveld ontsnapt. Daarmee onderlijnt hij de inherente moeilijkheid van een ­filosofische vraagstelling: in het spreken over iets moet je tegelijk de plaats van het spreken zelf ter discussie voorleggen. Filosofie bestaat erin de ruimte van het denken te openen.

 

Dat klinkt abstract, maar is even voelbaar als de te sterk nijpende elastiek van uw ondergoed. Wat leert de vraag van Derrida ons met name over de buitenstaander? Doordat die wijst op het falen van de medemens lijkt zijn positie moreel superieur aan die van anderen. Hij heeft het allemaal doorzien, zo lijkt het. Een milieuactivist die het vliegtuig neemt? Ha, betrapt. Een socialist die met een dure wagen rijdt? Kijk eens! Een arme die een duur televisietoestel koopt? Mo how zeg! Niet toevallig gebeurt dat vooral via sociale media. Van achter het scherm is de band met de ­wereld doorgeknipt en kunnen we helemaal uit ons dak gaan: schelden, roepen, tieren, brullen en weer doorgaan.

Maar wat doet de buitenstaander zelf terwijl hij anderen verwijt niet consequent te zijn in hun verantwoordelijkheidszin? Niets. Hij neemt comfortabel plaats in zijn fauteuil en duwt alle verantwoordelijkheid van zich af. Al te makkelijk. Er is geen enkele ­reden te bedenken waarom de buitenstaander zich aan het principe van verantwoordelijkheid zou mogen onttrekken. Kritiek is trouwens maar zinvol als ze betrokken is op wat ze bekritiseert. Een vraag stellen of een kritisch punt maken is een vorm van engagement. Goeie kritiek bestaat er niet in anderen onderuit te halen, maar hen te bevragen op grond van wat beter kan. En vanuit die vraag de wereld te ontsluiten op mogelijkheden die zij zelf nog niet hebben gezien.

 

Kritiek die vertrekt vanuit de relatie tot en niet tegenover anderen is een medespeler en geen buitenstaander. Die betrokkenheid brengt een andere dynamiek mee dan de stinkende beerputten van Twitter of andere online fora. Dan ga je vanzelf afvragen hoe de dingen beter kunnen lopen in plaats van genot te beleven aan het gesukkel van anderen. Betrokkenheid genereert de bereidheid om verder na te denken. Verwijten afvuren leidt tot het tegendeel.

 

Kortom, alleen als de buitenstaander bereid is zich in de wereld te begeven, wordt het interessant om naar diens woorden te luisteren. Tot dan reikt zijn spreken niet verder dan een eigenhandig opgewekt masturbatorisch hoogtepunt dat in geen enkel opzicht iets bijdraagt tot de wereld.

 

Terug

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload