Democratie is niet links

October 2, 2018

 

Het debat over Schild & Vrienden blijft een weeë geur verspreiden. Afgelopen week werd na overleg beslist dat Dries Van Langenhove zijn masterthesis mag afwerken en was er een bescheiden betoging van studenten en vakbondsvertegenwoordigers tegen racisme. Die kwam vooral in het nieuws doordat enkele proffen hun les iets vroeger hadden afgerond om iedereen de kans te geven mee te betogen. Dat lokte bij sommigen de reactie uit dat proffen studenten hun (politiek correcte) opinie opdringen. Na de gutmenschen, de bepleiters van mensenrechten en de cultuursector is bijgevolg ook de universiteit ‘links’.

 

Vooreerst zijn er in deze kwestie enkele cruciale vragen waarover zowel medewerkers als studenten zich moeten buigen. Hoe komt het dat een groep jongeren zich zo manifest vergrijpt aan aanzetten tot seksisme, racisme en discriminatie? En waarom heeft racisme geen plaats aan een universiteit? Je hoeft heus niet links te zijn om je achter het belang van die vragen te scharen. Tenslotte gaat het om de rechtsstaat, tot nader order een zaak van ons allemaal. Dat een universiteit niet lijdzaam toeziet hoe een groep studenten de grenzen van de rechtsstaat aftast, is evenmin links. Een democratie kan zich niet veroorloven dat een groeiende groep mensen acute of chronische amnesie vertoont bij de vraag naar het belang van actief burgerschap.

 

Wat is verder het geval? Er loopt een tuchtprocedure ingeluid door de rector. Een commissie buigt zich in volle onafhankelijkheid over de vraag of een student die op systematische wijze een groep mensen heeft aangezet tot haat en racisme, thuishoort aan de universiteit. Zoals elke organisatie beroept ze zich op een intern reglement dat het gedrag van alle medewerkers stipuleert. Wie dat niet respecteert, riskeert een schorsing of een andere sanctie. Aan de commissie om te oordelen of in dit geval een schorsing gerechtvaardigd is.

 

Je schikken naar de spelregels van een organisatie of bedrijf is geen uiting van politieke correctheid, maar een kwestie van goed bestuur. We doen het allemaal: op ons werk, in openbare gebouwen en dus ook in universiteiten. Iedereen is en blijft altijd vrij te zeggen en te doen wat die wil, voor zover dat niet de interne orde van een organisatie verstoort. Aanzetten tot haat en discriminatie is zo’n verstoring. Tegen vluchtelingen zijn en navenante slogans roepen tijdens betogingen is dat niet. Studenten hebben recht op een eigen overtuiging, welke die ook is. Dat weerspiegelt zich ook in de diversiteit aan studentenverenigingen die er elk een eigen profiel op nahouden. Het vrije debat doet de rest.

 

Medewerkers van de universiteit hebben evenzeer recht op een eigen overtuiging. Dat er in bepaalde faculteiten meer proffen zouden zijn van linkse signatuur en in andere meer van rechtse signatuur is op zich geen probleem. Niemand hoeft in persoon neutraal te zijn en mag zoals andere burgers een politiek mandaat opnemen. Zoals dat met andere beroepsgroepen ook het geval is, zullen in sommige academische kringen bepaalde politieke overtuigingen meer aanhang kennen dan anderen. Maar die is heus niet bij elke academicus dezelfde en zolang die overtuigingen geen aantoonbare invloed hebben op het lesgebeuren, is elke beschuldiging van politieke correctheid zonder substraat.

 

Je kunt in het licht daarvan inderdaad discussiëren of het gepast is om een les vroeger af te ronden voor één betoging. Daarmee kun je de suggestie van partijdigheid wekken, en dat is ongepast. Gezien het geringe aantal studenten dat betoogde en het contrast met de ondertussen horden feestvierende studenten in de Overpoortstraat, is de impact van die beslissing verwaarloosbaar. Maar zeker, de onpartijdigheid moet altijd vooropstaan.

 

Racisme bij studenten moet je niet bestrijden door hun gedrag te moraliseren en pleidooien voor meer diversiteit in hun maag te splitsen. Niemand móét voor diversiteit zijn. Eerder dan waarden op te dringen moeten onderwijsinstellingen studenten leren kijken naar de eigen blik op de wereld. Kritisch zijn over anderen is niet zo moeilijk. Maar waar sta je ondertussen zelf en is dat wel de plaats waarop je wilt floreren? Dat zijn de vragen die ertoe doen.

 

Daarbovenop is het nooit ongepast om het belang uit te leggen van de openbare orde, de rechtsstaat en de juridische grenzen waarbinnen we ons moeten begeven. Nu sommige politieke leiders laten uitschijnen dat we het met de mensenrechten niet zo nauw moeten nemen, is een minimale gebruiksaanwijzing van de vrije speelruimte genaamd democratie meer noodzaak dan luxe. Gisteren bleek uit een onderzoek van VRT NWS dat een kwart van jonge nieuwe stemmers niet meer gelooft dat democratie de beste bestuursvorm is.

 

Zonder demos geen kratein. Zonder democratie geen vrije meningsuiting. Zonder vrije meningsuiting geen links, maar ook geen rechts.

 

Terug

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload