Niets dan de feiten?

December 13, 2017

 

 

Uit recent onderzoek van de Onafhankelijke Ziekenfondsen (DS 4 december) zou blijken dat een aanzienlijk aantal Belgen er geen tot weinig moeite mee hebben dat de overheid enkele maatregelen oplegt die de volksgezondheid ten goede komen. Ze schikken zich dus naar enkele vrijheidsbeperkende maatregelen.

 

Als je de resultaten van dichtbij bestudeert, leer je dat die algemene conclusies voorbarig zijn. In het onderzoek worden twaalf concrete maatregelen voorgelegd die zeer uiteenlopend zijn, zoals pesticiden verbieden, bepaalde screenings verplichten of de verkoop van gesuikerde dranken in scholen aan banden leggen. Daaruit een algemene trend vaststellen over hoe we tegen onze gezondheid of preventie aankijken, is voortvarend. Bij navraag of de overheid alle of bijna alle maatregelen mag doorvoeren, antwoordt bijvoorbeeld slechts 19 procent positief. Zo groot is het enthousiasme blijkbaar niet. Verder valt op dat bij de vraag over de andere domeinen waarin de overheid de komende jaren kan investeren om de volksgezondheid te verbeteren, luchtvervuiling tegengaan het meest wordt aangeduid. Kun je dan niet evengoed uitpakken met een titel als ‘de Belg hecht veel belang aan het milieu’?

 

Onlangs nog is in deze krant een discussie gevoerd met het pleidooi om ons zo veel mogelijk tot de feiten te beperken en de eigen ideologie achterwege te laten. Mooi, maar het strikte onderscheid tussen feiten en ideologie is niet vanzelfsprekend. Welke feiten staan onomstotelijk vast zonder dat we ze moeten interpreteren en er bijgevolg subjectiviteit aan te pas komt? Behalve bij zaken zoals de zwaartekracht of wetmatigheden die je experimenteel kunt toetsen, spreken de dingen zelden voor zich. Het idee dat er een interpretatievrije orde van op zichzelf staande feiten zou bestaan, is dé ideologische – sciëntistische – stellingname bij uitstek. Alsof de wetenschap de integrale werkelijkheid voor ons allemaal tegelijk eenduidig kan representeren. Wat een illusie.

Hoe weet je of cijfers betrouwbaar zijn? Een sluitende garantie daarvan heb je nooit

 

Als er al feiten voor zich spreken, dan zeker niet de resultaten van een steekproef. Het blijft altijd moeilijk om cijfers te interpreteren en er eenduidige conclusies uit op te maken. Nochtans blinken de frontpagina’s van kranten met koppen als ‘de Vlaming vindt…’ of ‘wij zijn minder solidair dan voorheen’. Dat lijken onweerlegbare waarheden, maar over welke feiten hebben we het dan? Hoe weet je of cijfers betrouwbaar zijn? Een sluitende garantie daarvan heb je nooit. Mogelijk heeft de helft van de participanten de steekproef ingevuld tussen de soep en de patatten, of hebben ze er met hun pet naar gegooid om er snel vanaf te zijn.

 

Vervolgens moeten we ons afvragen of de resultaten betekenisvol zijn. Hoelang denken participanten na over de vragen voor ze die beantwoorden? Wat is bijgevolg de betekenis van een enquête die peilt naar een impulsreactie op complexe zaken als gezondheidspreventie, behalve dat ze daarna cijfermatig verslag geeft van die reactie? Daaruit een bepaalde verschuiving in mentaliteit afleiden, is de kar voor het paard spannen. Trouwens, beschikt iedereen die aan het onderzoek deelneemt over voldoende info om een geïnformeerde keuze te maken? Zo kun je aan 10.000 mensen vragen of ze tegen ggo’s zijn, maar waar hebben we – gegeven de vele misverstanden daarover – dan naar gepeild? Naar de perceptie over ggo’s of naar het buikgevoel? Deze en andere belangrijke vraagtekens of onzekerheden worden weleens vergeten op het ogenblik dat we naar cijfers en percentages staren. Numerieke eenheden zijn al te vaak de heilige graal van wetenschappelijk onderzoek. Ze lijken de rol te vervullen van het middeleeuwse auctoritas est: autoriteiten die principieel de waarheid in pacht hebben.

 

Cijfers kun je nochtans nooit zomaar aanvaarden, maar moet je noodgedwongen interpreteren. Daarnaast is een gedegen zoektocht naar de geschikte methode altijd op zijn plaats. Stel dat je dezelfde vragen overloopt nadat de deelnemers aan het onderzoek eerst uitvoerig uitleg hebben gekregen over het thema. Beeld je in dat we hen vragen om vooral rustig de tijd te nemen om de antwoorden in te vullen, zou dat geen andere resultaten genereren dan een online enquête? Maar welke cijfers zijn dan de meest betrouwbare? Waar en hoe toont de realiteit zich het meest? Stel dat we alle deelnemers individueel interviewen. Dan weten we niet alleen wat ze denken, maar tegelijk ook waarom, wat hun afwegingen zijn en moge­lijke nuances bij de standpunten die ze kond maken. Dat kan een totaal ander plaatje opleveren. Telkens gaat het om dezelfde werkelijkheid vanuit een ander wetenschappelijk perspectief benaderd en met uiteenlopende feiten tot resultaat.

 

Natuurlijk zijn cijfers wat ze zijn – 2+2 is nog altijd 4 – maar de vraag waarvoor ze staan, is geen eenvoudige kwestie. Cijfers uit een enquête geven een momentane representatie weer van een specifieke manier waarop we de wereld bevragen. Niets minder, maar ook niets meer. Onbetwijfelbare feiten zijn ze nooit. Ideologie begint zodra we die laatste gedachte verdringen.

 

Terug

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload