- Ignaas Devisch
Vuile handen

‘Wij denken te vaak in termen van goeden en slechten. Zo werkt geopolitiek niet. Je moet soms kiezen voor degene die je belangen het best dient, ook al is dat een smeerlap.’ Aan het woord is Tom Van Grieken tijdens een veelbesproken interview voor het tijdschrift Humo. In zijn column fileerde Ruud Goossens Van Griekens hypocriete omgang met de omvolkingstheorie en op sociale media gonsde het eveneens van de commentaren, met name op zijn hierboven geciteerde uitspraak.
De titel van het interview – ‘Soms moet je kiezen voor een massamoordenaar als bondgenoot’ – getuigt niet van journalistieke deontologie. Van Grieken gebruikt het woord smeerlap en niet massamoordenaar, en zijn argument is voldoende duidelijk om hem letterlijk te citeren: geopolitiek en smeerlapperij gaan onvermijdelijk samen. Ter verdediging van zijn voorzitter voegde Dries Van Langenhove daar op Twitter nog aan toe dat ‘de wereld geen sprookjesbos is’. Dat klopt uiteraard, en ook Van Grieken heeft (deels) gelijk, in die zin dat het er vaak cynisch aan toe gaat: Saddam Hoessein, Moammar Kadhafi, Bashar al-Assad en nu ook Vladimir Poetin, allemaal hebben ze de handen geschud van westerse politieke leiders.
Het zou bijgevolg hypocriet zijn alleen vertegenwoordigers van Vlaams Belang te verwijten dat ze bij dictators op de thee zijn geweest. En zeker, landen als de VS die de inval in Oekraïne veroordelen, hebben zich eerder schuldig gemaakt aan vergelijkbare misdaden. In dit kader is de recente verspreking in een speech van voormalig president George W. Bush bijzonder gênant. Terwijl hij voor een zaal vol hoogwaardigheidsbekleders de ‘brutale en totaal ongerechtvaardigde invasie van één man in Oekraïne’ wou veroordelen zei hij per abuis Irak en niet Oekraïne. Veel pijnlijker kan een freudiaanse lapsus niet zijn.
Het zou hypocriet zijn alleen vertegenwoordigers van Vlaams Belang te verwijten dat ze bij dictators op de thee zijn geweest
Dat alleen extreemrechtse politici vuile handen hebben, klopt inderdaad niet. Geopolitiek werkt zelden vanuit morele beweegredenen en is veelal een combinatie van politieke strategie en economisch belang. Maar dat betekent niet dat vertegenwoordigers van Vlaams Belang Poetin dan maar probleemloos een toffe peer mogen vinden. De reden waarom Vlaams Belangers dwepen met Poetin of andere dictators heeft niets te maken met geopolitieke strategie en alles met ideologische gelijkgezindheid. Zo gaat Filip Dewinter heus niet naar Assad om onze economie aan te zwengelen. Hij heeft geen politiek mandaat of de macht om daar iets aan te veranderen. Hij bezoekt Assad, Le Pen of Orban omdat hij politiek gesproken van hen houdt. Zijn visites en die van andere Vlaams Belangers dienen om vriendschapsbanden te onderhouden met figuren van zeer bedenkelijk allooi. Dan gaat het wel degelijk om de eigen keuze voor smeerlapperij.
Terwijl hun voorzitter zijn best doet in het interview om Vlaams Belang te profileren als een normale politieke fractie, is die partij dat vandaag alleen maar omdat ze steeds openlijker naar uitvoerende macht streeft. Dat is natuurlijk haar volste recht, maar daar stopt het normale. Zo neemt Van Grieken met grote trots deel aan de Conservative Political Action Conference, terwijl dat forum een maatschappelijk model omarmt dat zich tot nader order aan de meest uiterste zijde van de samenleving bevindt en wiens leden het vaak niet al te nauw nemen met de democratie. Duidelijker kun je niet zijn.
Dat Van Grieken vervolgens alsnog een vorm van fatsoen wil hoog houden, wijst op een spagaat in zijn partij. Want mocht hij zijn argumentatie volgen – je moet uit strategische overweging soms kiezen voor degene die je belang het best dient – stuurde hij Dewinter op de thee bij politici van democratische politieke families om coalitiemogelijkheden af te tasten. Quod non. Als hij dat doet, dan haalt hij de kern van zijn missie onderuit: als een antisysteempartij de anderen opjutten en daarbij de grove woorden niet schuwen.
De interventies van Van Grieken doen steeds meer denken aan Sartres onvolprezen stuk Les mains sales, waarin hoofdrolspeler en ex-bajesklant Hugo worstelt met zijn revolutionaire idealen en twijfelt of hij bereid is die ideeën op te geven en de kant van het humanisme te kiezen. Finaal bezegelt Hugo zijn lot door luidop zijn idealen te herbevestigen. Van Grieken lijkt het omgekeerde te kiezen: hij laat uitschijnen dat hij zijn idealen wil opgeven om aan de macht te komen, maar zijn daden wijzen op het omgekeerde.
In tegenstelling tot de woorden van Hugo in Sartres toneelstuk – ‘Dit moet een grap zijn’ – gaat het hier niet om commedia dell’arte. Hoezeer Van Grieken in zijn interview klaagt over het verkeerde – lees extreemrechtse – beeld dat veel mensen zouden hebben van zijn partij, uit alles blijkt dat die grauwe perceptie klopt als een bus. Tot nader order blijft Vlaams Belang de extreemrechtse partij die het altijd is geweest en waarschijnlijk altijd zal zijn. Dat andere partijen er geen coalitie mee willen vormen, is de democratische logica zelve.