• Ignaas Devisch

Vluchtelingen help je niet met empathie alleen


Oekraïense vluchtelingen komen aan in Brussel. epa-efe

Het lijkt de omgekeerde wereld: voor één keer worstelen­ we ermee dat we vluchtelingen wél met open armen ontvangen. De afgelopen weken meldden heel wat mensen zich spontaan aan als gastgezin voor Oekraïense vluchtelingen. Daar staat tegenover dat andere vluchtelingen met tergend trage procedures in een lange rij moeten aanschuiven. Of dat diezelfde mensen hen met minder open armen ontvangen.


Dat lijkt schizofreen of zelfs hypocriet­, maar een en ander valt te verklaren door de grillen van een vermo­gen dat sinds twee decennia in de mode is: empathie, de capaciteit om je betrokken te weten en mee te leven­ met wat (je denkt dat) anderen doormaken. Dat we soms meeleven met iets of iemand en een andere keer niet, heeft met veel zaken te maken. Om te beginnen met de zogeheten partialiteit, de neiging om mensen die dichter bij ons staan beter te behandelen – onze­ kinderen, onze vrienden, mensen of dingen waarmee we ons sterk verbonden voelen, zowel fysiek als emotioneel. Dat maakt dat we meer voor onze naasten zorgen dan voor mensen die verder van ons af staan.


Verder werkt empathie­ beter­ naarmate het gaat om slachtoffers die zich in een situatie van onschuld of lotsbeschikking bevin­den. Hoe meer onschuld het slachtoffer uitstraalt, des te krachtiger onze empathische gevoelens. Denk aan kinderen, oorlogsslachtoffers of mensen die plots ernstig ziek worden. Op dat ogenblik verdwijnt alle morele ambivalentie en willen we helpen, omdat we hen bekijken­ als slachtoffers van een tragische­ lotsbeschikking. Empathie­ werkt tot slot beter bij een afgebakende groep of situatie: de groep oorlogsslachtoffers uit Oekraïne­ is mentaal meer behap­baar dan vluchte­lingen in het al­gemeen.


We kunnen elkaar verwijten dat we ons medeleven selectief aanwenden, maar dan hebben we niet begrepen hoe empathie werkt. Selecteren doen we allemaal, gewild of niet. We voelen meer met sommigen dan met anderen, we steunen sommige goede doelen niet en andere wel, we wonen begrafenissen bij van mensen die we hebben gekend of die zij hebben gekend, maar daar stopt het ongeveer.

Zorg moet je niet verdienen, je hebt er simpelweg recht op in een goed georganiseerde welvaartsstaat

De selectiviteit van empathie maakt de kracht en de zwakte ervan uit: doordat we inzoomen op één bepaalde­ groep schenken we hen de volle aandacht, maar die gaat ten koste van andere groepen die eveneens hulp nodig hebben, maar buiten onze morele actieradius vallen. Omdat we op de een of andere manier­ wel beseffen dat empathie onvermijdelijk selectief is, hebben we in onze complexe samenlevingen systemen ontwikkeld die eerder werken­ op basis­ van wat ik omschrijf als on­persoonlijke solidariteit. We kunnen ons nu eenmaal niet met iedereen­ persoonlijk identi­ficeren.


In de gezondheidszorg of systemen van sociale uitkeringen zorgen we daarom voor elkaar via herverdelingsmechanismen zonder dat we elkaar­ persoonlijk kennen. Als ik morgen in Gent een gebroken arm oploop, dan wil ik niet wachten op een gift van 200 euro van iemand uit Charleroi omdat hij of zij met mij meeleeft. We regelen dat anders, omdat­ het niet doenbaar zou zijn en omdat het ertoe zou leiden dat we alle­ sociale­ interacties op de nu al veel te drukke goededoelenmarkt zouden moeten regelen.


Bovendien zou het leiden tot arbitraire zorg­keuzes, want misschien vindt die persoon uit Charleroi mijn gebroken arm geen sexy goed doel of vindt hij mij een schoft en ontvang ik bijgevolg geen steun. Daarom halen­ we noties­ als ‘verdienste’ of ‘schuld’ principieel uit die systemen, omdat je zorg niet moet verdienen, maar er simpelweg recht op hebt in een goed georganiseerde welvaartsstaat.


Terug naar het vluchtelingenbeleid, want ook daar luidt de vraag welke plaats we empathie geven in het geheel­. Dat we meer meeleven met mensen met wie we ons sterker verbonden voelen, is observeerbaar duidelijk. Empathie kun je wel aanleren, maar je kunt mensen niet verplichten om mee te leven. Dat extreemrechtse partijen daar pervers op inspelen, was te verwachten. Door een discours op te zetten van echte versus valse vluchtelingen, misbruiken ze in eerste instan­tie de sterkere betrok­kenheid van Belgen met Oekraïense­ oorlogsvluchtelingen om te doen alsof daarmee­ de klus is geklaard­.


Maar de moraliserende reactie op extreemrechts is een slechte strategie. Eerder dan mensen te verwijten dat ze selectief betrokken of hypocriet zijn, moeten we ons bewust worden van de selectiviteit van empathie en het vluchtelingenbeleid op andere mechanismen laten stoelen dan emotionele betrokkenheid alleen­.


Het zou onaanvaardbaar zijn dat we andere vluchtelingen minder genereus ontvangen omdat we er ons minder persoonlijk in herkennen. Gelukkig bestaat er ook zoiets als humaniteit, mensenrechten en de conventie van Genève. Die fundamentele pijlers van het westerse humanisme niet benutten en met empathie alleen­ verder gaan, dat zou pas hypocriet­ zijn.


Terug

43 weergaven