• Ignaas Devisch

Tolerantie is niet voorbijgestreefd


Hafsa El-Bazioui, de nieuwe schepen van Groen in Gent. fvv

Zowat een week terug had ik het aangedurfd om enkele georkestreerde aanvallen op Hafsa El-Bazioui, de nieuwe schepen van Groen in Gent – en in België de eerste vrouw met hoofddoek in een politiek ambt – op Twitter te pareren met de oproep om haar recht op vrije keuze te vrijwaren en haar alleen te beoordelen op haar daden. De reactie was voorspelbaar: door de hoofddoek niet principieel te verwerpen, legitimeerde ik de wereldwijde ­onderdrukking van de vrouw. Ik was te tolerant voor de soumission waarvoor de hoofddoek symbool zou staan.


Tolerantie. Tot twee decennia ­geleden was dat een kernwoord in debatten over verschillen in normen en waarden. Het begrip verdween van de radar na een opvallende betekenisverschuiving van ‘mogelijkheid tot samenleven met verschillen’ naar ­‘gedoogbeleid voor intolerantie’.


Tolerantie kent historisch gezien twee grote betekenisclusters. De eerste houdt verband met de bloederige godsdienstoorlogen en de onoplosbare twist over wiens ­eeuwige waarheid de enige echte is. Tolerantie was een pacificerend glijmiddel. Door één Heilige Zaak voorop te stellen, maar afwijkingen te gedogen, ontstond de mogelijkheid om ondanks principiële meningsverschillen samen te leven en de oorlogen achter ons te laten. Een redelijk geniale uitvinding.

Zolang mensen emotioneel te mobiliseren zijn bij protesten, is er hoop. Pas als we apathisch zijn, is alles verloren

Een tweede, meer recente invulling van tolerantie verengt het debat over het ware geloof tot het rijk der voorkeuren. Deze betekenis stelt geloof op dezelfde lijn als onze aankopen in de supermarkt: je kiest wat je wilt en anderen hebben daar niets mee te maken. Vanuit het bekende adagium ‘de gustibus non disputandum’ stellen we vast dat onze smaken uiteenlopend zijn. Om te besluiten met de dooddoener dat het goed is om van gedacht te verschillen, anders zou het leven maar saai zijn.


Inderdaad, saai is het niet geweest de afgelopen jaren. Maar daarmee is de kous niet af. We roepen misschien minder naar de goden van weleer, maar elke dag stellen we vast dat we een diepere betekenis toekennen aan bepaalde zaken dan bij de keuze van behangpapier. We willen er niet over onderhandelen omdat het de kern van onze identiteit ­betreft. De liberale invulling van het tolerantiebegrip schiet bijgevolg tekort, want allemaal hebben we waarden die we met een hoofdletter willen schrijven: Identiteit, Immuniteit, Vrijheid, Eigenheid. Iedereen wil zichzelf zijn en daar valt niet mee te spotten – getuige de vele debatten over woke zijn, geloof en andere ­gevoeligheden.


Anders gezegd, het geloof is niet verdwenen. Maar waar het eerste ­tolerantiebegrip uitging van één ­heilige zaak, bestaan er vandaag meerdere heilige zaken die steeds feller met elkaar botsen. Die botsing cirkelt doorgaans rond de volgende paradox: we willen niet dat anderen aan onze heilige zaak raken én verdragen het niet dat anderen heilige zaken erkennen die niet meer van deze tijd zijn – denk aan de hoofddoek. We strijden voor onze eigen zaak en af en toe valt die strijd ­samen met die van anderen. Dan komen we bijeen in groep – betogingen of Facebookgroepen zijn de nieuwe evangelische kringen – en zijn we bereid offers te plegen – vernederd of beschimpt worden op het internet of in het echte leven.


Als we die strijd willen ombuigen naar een vreedzame co-existentie van uiteenlopende waarden, ­hebben we een nieuwe ­invulling van tolerantie nodig. Die moet uitgaan van twee ­zaken: erkennen dat ons leven meer omvat dan wat we ­bijeen consumeren én onze uiteen­lopende kernovertuigingen op elkaar afstemmen.


Opvallend genoeg slagen we er vooral in sterke verschillen te overbruggen door collectief tégen iets te zijn – denk aan de betogingen tegen het coronabeleid waarin extreemrechts en radicaal links hand in hand liepen met elkaar. Zolang mensen emotioneel te mobiliseren zijn bij protesten, is er hoop. Dat wijst op betrokkenheid. Pas als we apathisch zijn, is alles verloren. Onze verschillen laten co-existeren terwijl we voor iets zijn, moet de volgende stap zijn. Zo houden we voldoende sociaal weefsel intact en vrijwaren we het ­kader van de rechtsstaat. Een democratie kan niet tolereren dat een opgehitste meute mensen het Capitool bestormt of dat ex-militairen viro­logen met de dood bedreigen.


Als we alles zouden tolereren, heeft niets nog waarde. Tegelijk zullen we wel iets moeten tolereren van elkaar, zodat we naar eigen voorkeur een diepere betekenis mogen toekennen aan iets. Als niets nog waarde mag krijgen, wordt het universum wel heel erg donker. Een oefening in nihilisme is altijd leuk op zaterdagnacht aan de toog van het café, maar een samenleving bijeenhouden vraagt om een ander spiegelpaleis.


Terug





63 weergaven