• Ignaas Devisch

Ruziemaken doe je het best georganiseerd


Een afgesloten park
Een afgesloten park in Schaarbeek in april 2020, tijdens de eerste lockdown. Kristof Vadino

Doorgaans vind ik mijn persoon­lijke over­wegingen niet interessant om columns­ mee te vullen, maar omdat ze deze keer een publieke zaak aangaan, maak ik een uitzondering. Ik zit met een knoop in mijn maag. Dat heeft alles te maken met het Winter­manifest.


Een beetje context is gepast. Net voor kerst gaf ik voor Vlaams Par­lement tv een interview waarin ik het idee van draaiboeken of scenario’s opperde om de maatregelen die we tijdens de pandemie nog moeten nemen van het volgende perspectief te voorzien: meer coherentie van op evidentie gebaseerde beslissingen vanuit een breed perspectief en gericht op de lange termijn. Tijdens diezelfde periode kwam het initiatief voor een Wintermanifest tot stand, dat vanuit dezelfde kernideeën vertrok.


Na enige aarzeling heb ik dat mani­fest ondertekend, in de hoop dat die zaken daarmee aan publiek belang­ zouden winnen, dat een breed opgezet debat de registers weer zou opentrekken en dat we richting een lange­termijnbeleid kunnen­ toewerken. Doorgaans onder­teken ik nooit collectieve teksten, maar deze keer maakte ik – in dubio weliswaar – een uitzondering. Ik heb de voor- en nadelen afgewogen en beslist dat te doen om de redenen die ik hierboven schetste. Zelf heb ik niet mee­geschreven, maar ik deel de basisgedachten ervan. Ik heb de tekst niet getekend met de bedoeling om collega’s af te branden die nog veel meer tijd dan ikzelf hebben gestopt in de uitwerking van allerlei adviezen, maar om aan te kaarten dat het coronabeleid in België­ vaak rare bokkensprongen heeft gemaakt en dat we beter kunnen­ en moeten in de toekomst.


Toegegeven, ik draag eveneens een verantwoordelijkheid in deze en ik wil daarom ook bij mezelf te rade gaan. Tenslotte moet ik niet klagen over een gebrek aan aandacht in de media en kan ik mijn stem laten horen wanneer ik dat wil. Als er dus te weinig aandacht was voor een breed perspectief, of als ik vragen had over de rol van de media, dan kan ik gerust naar mezelf kijken­ en mij af­vragen: waarom heb ik daar zelf niet (nog meer) over geschreven? Waarom heb ik kansen laten liggen, terwijl ik er de mogelijkheid toe had? Dan kan en moet ik zelfkritisch zijn en toe­geven dat ik er zelf in heb gefaald. Ik heb mij eveneens vaak laten leiden door de orde van de dag, soms van comi­té naar comi­té gehold. En ook al heb ik geregeld doelbewust – ook op deze bladzijden – nadrukkelijk stilgestaan bij de noodzaak van een breed en langetermijnperspectief, ik had beter kunnen­ doen.

Het klopt dat het Winter­manifest scherpe passages bevat en voor verbetering vatbaar is, maar de beginvraag ondersteun ik

Ik kan mij daarom inbeelden dat sommige mensen raar hebben opgekeken toen ze mijn naam bij de lijst van ondertekenaars terugvonden. Dat het manifest scherpe passages bevat is juist, dat het voor verbetering vatbaar is eveneens, maar de beginvraag blijf ik ondersteunen. Finaal denk ik dat velen deze zorg delen: wat kunnen­ we leren uit onze aanpak van deze­ crisis en hoe anticiperen we op een betere aanpak in de toekomst? Natuurlijk hebben de talloze adviesorganen zinvol werk geleverd. Tegelijk vragen belangrijke issues zoals privacy, het belang van voldoende diverse­ stemmen in het debat en de verhouding tussen wetenschappelijke experts en politici om meer aandacht, en is een grondige denkoefening geen overbodige luxe.


Mijn hart brak toen de sfeer rond het manifest op sociale en andere media­ snel ontaardde in verwijten over en weer. Het debat waarop ik hoopte, werd in de kiem gesmoord. Weg leek de kans om een goede vraag ter discussie voor te leggen. Opnieuw kan ik hier alleen maar naar mezelf kijken en mij afvragen wat mijn verantwoordelijkheid in deze is geweest­. Na een korte afweging vond ik het beter om er afstand van te nemen en onder het motto ‘reculer pour mieux sauter’ op een andere manier­ de inhou­delijke debatten achter de schermen gestalte­ te geven. Die debat­ten zijn te belangrijk om ze niet goed georganiseerd te laten verlopen, en als je er niet in slaagt menings­verschillen op een goeie manier te orga­niseren, loopt het fout.


Een en ander doet mij denken aan het werk van de Franse filosoof Claude­ Lefort, die de democratie omschrijft als een geïnstitutionaliseerd conflict. Begrijp: in een representa­tieve democratie gaan we uit van de onver­mijdelijkheid van menings­verschillen en richten we bijgevolg instel­lingen op – zoals een parlement – om de discussies min of meer orden­telijk te laten verlopen en echte conflicten te vermijden.


Alles wijst erop dat we nieuwe spelregels nodig hebben om (ook online) op een georganiseerde manier ruzie te maken. Sociale media zijn de nieuwe­ parlementen geworden. Willen­ we dat ze de democratie verster­ken, moeten we ook onszelf deze vraag opnieuw voorleggen: hoe slagen we erin op een zinvolle manier van mening te verschillen?


Terug

26 weergaven