• Ignaas Devisch

Niet alle discriminatie moet je linken met de Shoah


Het Antwerpse parket voorziet voortaan in de mogelijkheid om mensen­ die de antidiscri­minatie­wetgeving overtreden naar Kazerne Dossin te sturen­ (DS 7 oktober). Op basis van een verslag waaruit moet blijken dat het bezoek naar behoren is verlo­pen, kan de procureur daarna overgaan tot strafrechtelijke seponering.


Dat parketten nadenken over de effectiviteit van bepaalde straffen en naar betere trajecten zoeken, is een goeie zaak. Net daarom is het van belang­ om die alternatieven vooraf goed te bestuderen. In principe nemen de strafrechtelijke instan­ties de beoordeling van delinquent gedrag voor hun rekening. Dat een private instelling de opdracht­ krijgt toe­bedeeld om inci­dentele plegers van haatspraak of discriminatie de juiste inzich­ten bij te brengen­, is bij­gevolg niet evident.


Een bezoek aan Kazerne Dossin kan ik iedereen aanbevelen. De beelden en verhalen over het leed dat de Shoah tot vandaag meebrengt, zijn confronterend. Niettemin vertelt het museum een particulier verhaal over het leed van Joodse mensen. Enkele jaren geleden discus­sieerde het of het een ­forum moest worden dat breder uitwaaierde dan de Shoah­ alleen, dan wel tolerantie als algemeen vraagstuk tot zijn maatschappelijke opdracht moest rekenen. Het conflict dat daaruit ontstond, mondde uit in de nadrukkelijke inperking van ­Kazerne Dossin tot een plaats waar het leed van de Joodse bevolking wordt verteld als een unieke gebeurtenis in de geschiedenis. Veel Joodse mensen vinden het trouwens niet kunnen dat we de Shoah vergelijken met andere geno­cides, omdat in hun ogen de poging­ tot uitroeiing van het Joodse­ volk een niet te vergelijken schandvlek is in de geschiedenis van de mensheid.


Deze vraag zou bij elke strafmaat op tafel moeten liggen: leidt een straf tot de bijsturing van het gedrag?

Dat de Kazerne nu toch een plaats wordt om na te denken over discriminatie in het algemeen, roept bijgevolg enkele vragen op. Zal wie tegen pakweg moslims of holebi’s tekeergaat, zich aangesproken weten door het verhaal van het museum? Anders gezegd, is het doeltreffend om bij elke­ vorm van haatspraak de link te leggen met de Shoah? De mechanismen die schuilgaan achter de politieke ontspo­ring van haat tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn niet noodza­kelijk dezelfde als homohaat vandaag.


Vervolgens is er de vraag naar het effect van zo’n bezoek. Kun je een duurzame gedragswijziging verwachten na een eenmalige confrontatie met de mogelijke gevolgen van haatspraak? Zelfs al volgt er een reflectie­verslag, de vraag blijft of dat zoden aan de dijk brengt. Bovendien, zodra plegers van haatspraak weten wat van hen verwacht wordt, bestaat de kans dat ze zich tijdens het bezoek sociaal wenselijk op­stellen, maar daarna verder gaan met hun oude gedragspatronen.


Tot slot is er nog de evaluatie, want wanneer is een ‘bezoek naar beho­ren verlopen’? En gesteld dat het bezoek naar wens verlopen is, maar de persoon in kwestie daarna hervalt, heeft Kazerne Dossin dan gefaald?


Die vragen doen niets af van de zinvolheid van alternatieve straffen of van het belang van Kazerne ­Dossin op zich. We weten sinds lang dat een periode in de cel op zich niets bijbrengt als je niet tegelijk aan de slag gaat met delinquenten om hen op een nieuw spoor te brengen. Harde­ straffen klinken goed bij de vox populi, maar zijn ze doelmatig? Dat is geen sinecure. Het hele­ justi­tiële ­apparaat breekt zich al jaren het hoofd over die vraag. Door die hete aardappel door te schuiven naar een private organi­satie lijkt justitie zichzelf van de plicht te ontslaan om daar nog mee bezig te moeten zijn. De vraag zou nochtans bij elke strafmaat op tafel moeten liggen: leidt een straf tot de bij­sturing van het delinquente gedrag?


Daarop zijn geen makkelijke antwoor­den te geven, maar die moeilijkheid mag nooit een excuus zijn om er niet op in te gaan. Zeker als we merken dat polarisering en haat­spraak alomtegenwoordig zijn en verstrengeld lijken met een diep­geworteld onbehagen over de samen­leving, doen we er goed aan te graven naar de wortels van dit onge­noegen.


Een kleine eeuw geleden schreef Sigmund Freud Het onbehagen in de cultuur. Misschien moeten we dat essay­ grondig herlezen. Wie Twitter of andere kanalen volgt, kan er niet omheen: haat, verontwaardiging en spot zijn alomtegenwoordig, en het zijn altijd de anderen die tekortschieten en de haat over zich heen krijgen. De eigen tekorten erkennen of aan de slag gaan met de agressie die we bij onszelf ervaren, past niet in de etalagecultuur die de sociale media ons aanbieden. Daar tonen we dag na dag de opgepimpte versie van onszelf, om daarna on­gelukkig te worden over het feit dat we er zelf niet aan beantwoorden. We reageren ons af op anderen, zodra ze ons daarop wijzen. Hoog tijd om onszelf een spiegel voor te houden, het liefst niet alleen in Kazerne Dossin. Die anderen, dat zijn wij ook.


Terug

45 keer bekeken