• Ignaas Devisch

Kom naar huis, mijn dierbare Mattias


Mattias Desmet heeft zich laten gebruiken in de show van Alex Jones.’ © rr

Ik ben het helemaal eens met wat professor Mattias Desmet (UGent) op Facebook­ schreef na zijn optreden in de talkshow van de Amerikaanse complot­denker Alex Jones: ‘Als we waarheidsspreken echt willen herwaarderen in onze samenleving, dan moeten we ons niet laten tegenhouden door onze eigen schaamte en de moed hebben om onze eigen fouten te erkennen.’


Desmet had kunnen erkennen dat het een slecht idee was om (als wetenschapper) te spreken op het forum van Jones. Of Desmet had het paard van Troje kunnen­ spelen, en Jones tijdens het inter­view kunnen confronteren met zijn nonsensicale gebazel. Dat zou een geniale zet zijn geweest. Hij had daarmee kunnen bewijzen dat zijn vak maatschappijkritiek werkt in de praktijk. Quod non.


Dacht Desmet in Jones een gelijk­gezinde te vinden die net als hij aanhoudend aanklaagt dat het systeem daarbuiten niet te vertrouwen is en de totalitaire staat voor de deur staat? Dan liep hij blind in de val die was opgezet. Hij liet zich gebruiken in Jones’ show, zoals ook in die van Tucker Carlson op Fox News. Want natuurlijk gaan die interviews­ niet over Desmet zelf of zijn boek De ­psychologie van het totalitarisme. Ze voeren hem alleen op omdat zijn titel van professor de onzinnige standpunten van de showmaster autoriteit verlenen en passen in hun politieke agenda. Daardoor gaf hij een extremist als Jones een forum, en niet om­gekeerd. Daarover lees ik niets in de excuses­ van mijn collega, die ik door de jaren heen heb leren kennen als een scherpe geest en een minzaam man. Iede­reen spreekt met wie hij wil, maar de vraag blijft wat een professor klinische psychologie doet in een programma van een veroordeelde extremist.


Zoals een van mijn voormalige decanen mij eens zei: iedereen heeft recht op één grote vergissing in zijn leven. Die vergissing was zeker niet dat Desmet­ leugens vertelde bij Jones. De vergissing was te denken dat zijn forum een eerlijke plaats was waarop je met maatschappijkritische standpunten terecht­ kunt. Desmet zat erbij en keek ernaar. Dat hij de manipulatie niet zag aankomen, getuigt meer van goedgelovigheid dan van maatschappijkritiek.


Post factum voert hij zichzelf vergoelijkend­ op als een slachtoffer en zoekt hij excuses in de ‘moeilijke aard van het interview’. Dat getuigt van een doorzichtige nood aan applaus van de achterban. Bovendien is zijn strategie een gedaanteverwisseling van formaat. Was Desmet niet de grote aanklager, de dissonante stem tegen het systeem die onze verblinding aan de kaak wou stellen en het allemaal doorhad – in tegenstelling tot wij, die gehypnotiseerd zouden­ zijn? De man in wiens geest de geschiedenis­ zich van zichzelf bewust werd, zoals Friedrich Hegel het in zijn meest stoutmoedige dromen verhoopte?


Wat Desmet vertelt en doet, brengt me in verwarring, maar mijn collega wegzetten als een wappie of zijn academische discipline afbranden – zoals de afgelopen dagen meermaals in andere kranten gebeurde – brengt geen zoden aan de dijk. Het levert zijn critici vooral makkelijke winst op: door hem te ridiculiseren, positioneren ze zichzelf op de plaats van de redelijkheid. Dat is al te comfortabel, en de drift waarmee ze de slagen uitdelen, voelt weinig weten­schappelijk­ aan.

Wat Mattias Desmet vertelt en doet, brengt me in verwarring, maar hem wegzetten als een wappie, brengt geen zoden aan de dijk

We hebben heus geen ministerie van Intelligentie nodig dat bepaalt welke disciplines het daglicht mogen zien. Academische vrijheid is een belangrijk uitgangspunt dat we alleen in uiterste nood kunnen beperken, bijvoorbeeld wanneer een wetenschapper studenten probeert te manipuleren of schade aan derden toebrengt. Het onderzoek daarnaar­ loopt en finaal is dat de enige vraag die ertoe doet: vervult iemand zijn job als wetenschapper en docent op een wetenschappelijk integere manier? Op dat punt moeten we genadeloos streng zijn.


Maar eerder dan Desmet te verketteren, doe ik een oproep: kom naar huis, mijn dierbare Mattias, keer terug naar je stal, ga met open vizier het gesprek aan over je boek en wees bereid je positie bij te sturen. Leg je standpunten en bevindingen ter discussie voor aan collega­-wetenschappers, en zoek niet alleen buitenhuis applaus. Je waarheidsspreken zou daarmee gediend zijn. Er zijn al zinvolle kritieken geleverd op je boek: ga met die critici in gesprek, luister­ naar hen en lever een zinvolle repliek­ of geef toe dat een aantal van je stellingen geen steek houdt.


En leg tot slot jezelf in alle eerlijkheid de vraag voor of wat je op Facebook schrijft – ‘Hoe extremer de positie die iemand inneemt, hoe meer we ons gedreven zouden moeten voelen om met iemand te spreken’ – niet stilaan klinkt als een overtrokken heroïsche missie van iemand die doel en middel steeds meer met elkaar verwart.


Terug

39 weergaven