• Ignaas Devisch

Je begrijpt me niet!


Vorige week pleegde de Nederlandse journalist en schrijver Arjen van Veelen een interessant artikel in De Groene Amsterdammer over de ­zogeheten cancel culture: boeken neer­sabelen nog voor ze verschenen zijn, omdat ze een fout beeld zouden ophangen van een bepaalde minderheid of simpelweg niet door de juiste persoon zijn geschreven. Zo zou een blanke schrijver niet in de positie verkeren om iets zinnigs te vertellen over het leed van een – ik zeg maar iets – zwarte slaaf. Wit mag niet over zwart schrijven of mannelijk niet over vrouwelijk. Idem voor het theater: alleen de latino mag de latino vertolken. Want wie het niet heeft mee­gemaakt of het niet zelf is, heeft geen recht van spreken. Wie die haarkloverij niet volgt, riskeert het schavot. ‘Lezers’ sabelen dan via digitale kanalen het boek neer, zodat de ramsj wenkt nog voor iets goed en wel is verschenen.


Die uiterst nefaste evolutie herhaalt opvallend genoeg wat Salman Rushdie in een veel ergere variant heeft mee­gemaakt: bedreiging met de dood vanwege een boek dat zo goed als niemand heeft gelezen. Ongelukkig genoeg liet de toen­malige Iraanse ayatollah Khomeini zijn ­crimineel oog vallen op enkele – wat mij betreft – ironische scènes in De duivelsverzen over de engel Djibril. De fatwa die erop volgde, maakte een kruis over het leven dat de schrijver tot dan toe had geleid. Wereldwijd kwamen moslims op straat en Rushdie moest onderduiken. Ironie en heiligheid kunnen niet door één deur.


Op basis van vooroordelen anderen beschimpen om hun vermeende vooroordelen is niet alleen een hardnekkige paradox. Het gaat om een probleem tot de tweede macht: mensen hebben vooroordelen over andere mensen die er stereotypen zouden op nahouden over nog andere mensen. En omdat de eersten denken aan de juiste kant van de geschiedenis te staan, ontslaan ze zichzelf van enige reflectie en veroordelen ze anderen zonder last te hebben van de feiten. Een blanke man die over een zwarte vrouw schrijft, dat móét wel fout zitten, toch? Want kijk maar eens hoe fout mannen in het verleden zijn geweest. Afvoeren, die white male pigs! Finaal eindigt die kromme redenering in de conclusie dat we alleen nog over onze eigen ervaringen kunnen getuigen. Niemand heeft immers meegemaakt wat ik heb mee­gemaakt, dus zwijg erover. Zo raken kwetsuren uit het verleden natuurlijk nooit geheeld.


Fundamenteel hebben we te maken met een spanningsveld dat filosoof Jacques Derrida analyseert vanuit wat hij beschrijft als de twee bronnen van religie. Wie heilig in iets gelooft, wil dat beschermen – de zogeheten sacrale bron – maar tegelijkertijd de blijde boodschap verkondigen en anderen overtuigen – de testimoniale bron. Wil je getuigen over je geloof, dan loop je het risico dat anderen er de draak mee steken en ben je niet langer in staat je sacrale bron te beschermen. Maar stop de sacrale bron veilig weg en niemand weet ervan. Bij wijze van spreken gaat het om de keuze tussen veiligheid en vrijheid.


Religie draait vaak om een god. Wie alleen nog in zichzelf gelooft – en nogal wat mensen doen dat vandaag – haalt de twee bronnen van religie binnen in het debat over identiteit en discriminatie. Het ‘ik’ is dan de sacrale bron en wee degene die daartegen ingaat. Maar wat ben je met je identiteit die je voor jezelf moet houden? Want dat heb je dan ook weer: zij die beweren alleen nog in zichzelf te geloven, schreeuwen tegelijk om de erkenning van anderen. Erkenning veronderstelt echter dat je de openbaarheid opzoekt, met het risico dat anderen jouw woorden of gevoelens niet interpreteren zoals jij het wil. Dat kan kwetsend zijn, maar anderen het recht ontzeggen te spreken over wat ze niet persoonlijk hebben meegemaakt, is onzinnig en leidt onvermijdelijk tot dehysterisering van het eigen gevoel. Dan heb je alleen nog een resem spiegels nodig om jezelf in meervoud te bejammeren – een account aanmaken op Instagram kan ook helpen.


Natuurlijk zijn persoonlijke ervaringen principieel ontoegankelijk voor een ander – ze zijn het vaak zelfs voor onszelf, zoals Freuds categorie van het onbewuste ons leert. De onwetendheid over wat iemand écht heeft meegemaakt, is principieel en niet weg te werken. Tegelijk kunnen we niet anders dan over onze ervaringen te spreken, waardoor mal­entendu’s niet te vermijden zijn.


Zo weet ik niet hoe het voelt om te menstrueren, maar dat hoeft geen hinderpaal te zijn om mij in te leven in wat het met een vrouw kan doen en er rekening mee te houden. Misschien zijn we net in staat iets of iemand te begrijpen omdat we het niet zelf hebben mee­gemaakt en de emotie ons niet bevangt. Verbeelding is immers de motor van ­sociale verhoudingen. Maar ruis op de lijn zal er altijd zijn. Niet ondanks, maar dankzij de misverstanden begrijpen we elkaar.

Terug


519 keer bekeken

Wil u mij contacteren voor een lezing, debat of consultancy?


U kan contact met mij opnemen via onderstaand contactformulier.


Dan contacteren wij u zo spoedig mogelijk terug

CONTACT

facebook

twitter

linkedin

Foto Home © Koen Broos