top of page
  • Ignaas Devisch

Het internet is als een potje borrelnootjes



Iedereen kent het: zet een potje borrelnootjes op tafel en hoewel niemand er echt zin in heeft, is het na een halfuur geheid leeg. Welnu, vervang de nootjes door filmpjes en je weet hoe het internet werkt. De aanhoudende beeldenstroom eet een steeds groter deel van onze aandachtskoek op terwijl we achteraf vele filmpjes als nutteloos ervaren. Dat we er toch naar kijken, heeft niet alleen met onszelf te ­maken. De uitgekiende strategieën die achter clickbaitverhalen schuilen, werken inderdaad als zoutjes: eens je ernaar grijpt, is het moeilijk stoppen. De links en clicks triggeren onze fantasie zoals een Hollywoodfilm – ‘the FBI is involved’. Daar gaat het echter om fictie, terwijl we op het internet vaak op zoek gaan naar correcte informatie om ons beter in de ­wereld te oriënteren. Helaas eindigen we veelal met een hoop rommel die ons in verwarring brengt of richting radicali­sering duwt.


Hoe kunnen we hier beter mee ­omgaan? Tot ­vandaag leert het ­onderwijs ons de ­wereld te begrijpen, ­informeren media de burgers over de actualiteit en het achtergrondnieuws en doen overheden hun duit in het zakje met (dure) informatie­campagnes, folders of korte video’s waarmee ze het zogeheten brede ­publiek sensibiliseren over deze of gene ontwikkeling. Dat hoe meer ­informatie mensen bereikt, hoe ­beter ze in staat zullen zijn zich in de wereld te oriënteren, is de aanvechtbare premisse bij dat alles. Zich verdiepen in iets werkt immers alleen autonomieversterkend als het tot ­beter geïnformeerde keuzes leidt. ­Elke dag komt er meer informatie op ons af dan we kunnen verwerken. Terwijl tot voor enkele decennia de productie van kennis grotendeels was uitbesteed aan geprivilegieerde instellingen zoals universiteiten en klassieke media, komt vandaag de informatie van alle kanten tegelijk. Dat biedt enorme voordelen voor de democratisering van kennis. Denk aan Wikipedia of andere gebruikersplatformen waarop we wereldwijd ­inzichten en ervaringen uitwisselen. Dat is zonder meer een vooruitgang. Tegelijk zet die evolutie druk op onze keuzearchitectuur, want hoe te ­kiezen waarnaar je aandacht uitgaat? Meer dan voorheen moeten we informatie selecteren of negeren, maar we weten niet hoe. Daarom maken de grote spelers van het internet steeds meer de keuzes in onze plaats. Ze ontwikkelen uitgekiende strategieën die doelgericht onze focus weg­kapen. Aangezien we er niet op voorbereid zijn en nog altijd denken dat we vanzelf slimmer worden door meer met iets bezig te zijn, lopen we blind in de fuik die voor ons is opgezet. We gedragen ons als archeo­logen die blijven graven tot ze zelf onder de grond zitten. Want ja, het waanidee dat de waarheid ergens diep verscholen zit, drijft ons verder. Die preoccupatie maakt ons vaak niet slimmer of gelukkiger, maar ­zadelt ons op met een door paranoia geïnfecteerd wereldbeeld. Stel jezelf gerust de vraag: hoe vaak erger je je door digitaal dingen te lezen of te ­bekijken die je bij nader inzien beter had genegeerd of niet had willen zien? Het internet bulkt van de boze, angstige of wild om zich heen slaande mensen en die emoties gaan vervolgens in de fysieke ­wereld een ­eigen leven leiden, met alle gevolgen van dien. Maar zelfs in gewone ­omstandigheden blijft de kernvraag of we onze aandacht in eigen beheer houden of steeds meer overlaten aan marketeers of mensen met geradicaliseerde (politieke) bedoelingen.

We lopen blind in de fuik die voor ons is opgezet. We gedragen ons als archeo­logen die blijven graven tot ze zelf onder de grond zitten

Het recente artikelCritical ignoring as a core competence for ­digital citizens van ­onderzoekster Anas­tasia Kozyreva reikt daarin een interessant perspectief aan. ­Digitale geletterdheid en kritisch denken vereisen niet alleen de competentie om kennis te verwerken, maar ook om informatie naast ons neer te leggen, zo oppert ze samen met enkele collega’s. Daarmee bedoelen ze dat we moeten leren te weerstaan aan informatie van lage kwaliteit, ­zodat we onze beperkte aandachtsspanne beter benutten dan we vandaag doen. En er finaal als gelukkiger mensen mee aan de slag kunnen gaan. Dat is nu vaak niet het geval.

De moeilijkheid is natuurlijk: wat moeten we dan negeren. Maar daar zijn strategieën voor te bedenken, zoals bronnen dubbelchecken in plaats van te verdrinken in de informatiestroom die de algoritmes ons aanreiken. Geen aandacht geven aan internettrollen of andere zaken die ons nu weghouden van meer en ­betere inzichten, is een andere optie en zo zijn er vele.

Als de stromen van desinformatie georganiseerd zijn en we er niet het slachtoffer willen van worden, zullen we ons ook moeten organiseren en wapenen met nieuwe mentale ­gewoontes waarvan kritisch informatie leren te negeren een belangrijke is. Sowieso kunnen we in een digi­tale wereld niet aan alles onze aandacht geven. Kiezen is verliezen, zo wil de dooddoener, maar steeds meer is het omgekeerde waar: alleen wie erin slaagt (weldoordachte) ­keuzes te maken, gaat erop vooruit.


Terug

8 weergaven
bottom of page