• Ignaas Devisch

Heb ik uw aandacht?


Getty Images

Nu we stilaan terugvallen in oude gedragspatronen, duiken dezelfde klachten op als voorheen. Terwijl corona getekend was en is door frustraties over het gebrek aan contact en sociale relaties, gaat het nu opnieuw over het teveel: te veel files, te veel drukte of te veel prikkels die onze aandacht fragmenteren en ons richting vermoeidheid of uitputting ­duwen. Met name aandacht is een zorgenkind, want doorgaans is die versplinterd: we lezen, ruiken, voelen, kijken en luisteren tegelijk en doen dit allemaal door elkaar heen, vaak met minstens twee schermen in de buurt.


De proliferatie van mobiele apparaten stelt sowieso onze capaciteit om meerdere prikkels tegelijk te verwerken op de proef, maar ons ­leven lijkt stilaan een beetje op een scherm van CNN: minstens drie boodschappen doorkruisen elkaar voortdurend en de veelheid aan prikkels fragmenteert onze concentratie. Tegelijk kunnen we ons nog moeilijk voorstellen hoe het voorheen was. Beeld je even een dag uit de vroege twintigste eeuw in, pakweg 16 juni 1904. Er valt veel over die dag te zeggen: Ulysses vertelt uitvoerig het relaas van Leopold Bloom die dan in Dublin rondwandelt. Niettemin gebeurt er op die dag veel minder dan op een gemiddeld uur anno 2021 en waarschijnlijk zouden we ons te pletter vervelen mocht de veelheid aan prikkels wegvallen.


Nochtans is de fragmentatie wel degelijk een probleem, omdat ze diepgang in de weg staat. Menig spreker heeft zich suf getobd over de vraag hoe de aandacht van het publiek te pakken te krijgen. Beter dan steeds meer kunstgrepen toe te voegen aan het praatje om de toehoorder te blijven prikkelen, kunnen we leren van die momenten waarop de aandacht onverstoord blijft. Denk aan situaties met sterke emoties. Dan overstemt één prikkel of gebeurtenis de andere en gaat die met onze aandacht lopen op een manier die ­elke leerkracht jaloers maakt. Heftige gevoelens kunnen dermate overweldigend zijn dat de rest van de wereld er even niet toe doet. Dan staat de tijd stil en ervaren we ons leven op de meest intense manier. Zelfs decennia later staan die momenten ons nog duidelijk voor ogen. Alsof ons zintuiglijke apparaat op dat ogenblik de wereld scherper in zich opneemt en met alle aandacht gaat lopen. Diepe vreugde, groot verdriet, een shock of een gloriemoment, ze maken diepe groeven in ons geheugen.

‘Ons leven lijkt stilaan op een scherm van CNN: minstens drie boodschappen doorkruisen elkaar voortdurend en de veelheid aan prikkels frag­­men­teert onze concentratie’

Zoals de Spaanse auteur Andrés Barba schrijft in zijn verhaal Republiek van licht: ‘De aandacht van iemand die bang is, lijkt op de aandacht van een minnaar.’ Waarmee hij bedoelt: beide emoties beleven we even intens en ze zijn bovendien met elkaar verweven. Zowel in de liefde als in de angst verdwijnt de grond onder onze voeten. Dan zijn we tot extreme handelingen in staat, blijkt telkens weer in pleidooien voor een rechtbank die vertrekken vanuit de klassieker ‘mijn cliënt was zichzelf niet, edelachtbare’. Uiteraard wil een pleiter de persoonlijke verantwoordelijkheid van zijn cliënt minimaliseren, maar is de situatie niet veeleer omgekeerd? Misschien komt ons diepste zelf bij sterke emoties net naar boven terwijl het tijdens minder intense momenten diep verborgen blijft, ook voor onszelf.


Dat liefde en angst dicht bij elkaar aanleunen is ook de stelling van Aafke Romein in een stuk over flirten. Dat is volgens haar nooit helemaal onschuldig (DS 19 oktober). Als mannen expliciet te kennen geven meer van haar te willen, schrijft ze, heeft ze twee primaire reacties in huis: ‘Allereerst voel ik me gevleid, maar dan volgt ook altijd een schrikreactie.’ Die schrik heeft te maken met de onwetendheid over hoe mannen op een afwijzing reageren, gekoppeld aan de fysiek doorgaans meer kwetsbare positie van vrouwen. Wie zich bemind voelt, is natuurlijk gevleid door de erkenning, maar die kan snel omslaan in angst. Zeker wanneer de aandacht tot stand komt in een context van macht en hiërarchie, zoals bijvoorbeeld in de zaak-De Pauw het geval is. De fantasie van de verleider is immers dat hij met alle aandacht van zijn prooi gaat lopen, ook als hij er niet is. En om zichzelf daarvan te verzekeren, houdt hij de lijn warm met berichten die verleiden of dreigen en vaak in stalking of fysiek geweld eindigen. Vandaar de waarschuwing van ­Romein: die omslag loert altijd om de hoek en steevast zijn dan de meest kwetsbaren het slachtoffer.


De aandacht van de ander opeisen heeft daarom iets geweld­dadigs in zich en helemaal machtsvrij wordt het nooit. Zowel in de liefde als in de angst worden we op de proef gesteld, zelfs zonder kwade bedoelingen. In zekere zin is overgave in de liefde analoog aan spreken voor een publiek: je weet vooraf nooit hoe de ander je (woord) ontvangt.


Terug

30 keer bekeken