• Ignaas Devisch

Geen Oekraïense vrijheid zonder vuur


Activisten hekelen de beslissing van Annalena­ Baerbock, Olaf Scholz en minister van Defensie Christine Lambrecht om het defensiebudget te verhogen. © Fabian Sommer/dpa

De Amerikaanse journaliste en historica Anne Applebaum beschrijft in Red famine­: Stalin’s war on Ukraine (2017) op gedetailleerde ­wijze hoe het Oekraïense volk in de jaren 1932-1933 de hongerdood wordt ingeduwd. Die zogeheten ­Holodomor – afgeleid van Holod (honger) en mor (uitroeiing), met naar schatting vier miljoen doden, was het gevolg van Stalins plannen voor de collectivisering van de landbouw in de Sovjet-Unie. Boeren uit Oekraïne kwamen daartegen in opstand, waarna Stalin represailles uitvaardigde door in bepaalde regio’s geen voedsel meer toe te laten of de plaatselijke bevolking van alle voedsel te beroven.


Het is maar een van de vele volkerenmoorden die Stalin op zijn geweten heeft, voor zover hij over een geweten­ beschikte. Ondertussen zijn we enkele generaties verder. Gesteld dat de haat jegens die genocide al wat verminderd was, zal de nieuwe oorlog die opnieuw in alle hevig­heid doen oplaaien­.


Het doet me terugdenken aan mijn grootvader, die een uiterst zachtaardig man was, maar in chagrijn ontstak telkens als ‘den Duits’ ter sprake kwam. Zo wees hij ooit twee Duitsers die hem de weg vroegen volledig de verkeerde kant op. Zodra ze verdwenen waren, vroeg ik hem waarom hij gelogen­ had. Zijn antwoord: ‘Ze zijn hier lang genoeg geweest, hadden ze maar zelf de weg nog moeten weten.’ Het was zijn manier om weerwraak te nemen voor het leed van twee wereld­oorlogen.

Poetin van de macht verstoten is allesbehalve evident: hoeveel doden sleurt hij mee in zijn val en hoe moet het daarna verder met Rusland?

De kans is groot dat als iemand rond 2100 terugblikt op wat vandaag in Oekraïne gebeurt, grootvaders op vergelijkbare wijze virulente haat­gevoelens zullen hebben tegenover Vladimir Poetin of Russen in het alge­meen. Bovendien rijst de vraag hoe ze zullen terugkijken op de houding van westerse mogendheden. Zullen wij herinnerd worden als landen­ die te laat hebben gereageerd of net te veel zijn tussengekomen?


We kunnen ons alleszins niet verschui­len achter een gebrek aan kennis over wat zich aan het front afspeelt­. In de jaren 30 konden intellectuelen nog doen alsof ze niet ­wisten wat er allemaal in de Sovjet-Unie gebeurde. Zo beschrijft Wolfram Eilenberger in Het vuur van de vrijheid (2022) hoe de Franse filosofe en activiste Simone Weil zich afzijdig hield in deze kwestie, terwijl ze perfect­ had kunnen weten wat er aan de hand was. Vandaag is die positie zo goed als onmogelijk geworden: de beelden van de platgebombardeerde steden zijn omnipresent, de gruwelverhalen van verkrachting en doding evenzeer. Veel westerse leiders veroordelen daarom het geweld, maar weten tegelijk geen blijf met de vraag hoe ze zich tegenover de oorlog moeten­ positioneren. We zijn de fase voorbij dat een ‘heel klein beetje ­oorlog’ erger kan voorkomen en neutraliteit nog moeilijk vol te houden is. Maar wat dan wel?


De gewrongen positie van Duitsland­ illustreert hoe moeilijk de kwestie is. Na de Tweede Wereld­oorlog hebben de Duitsers er nadrukkelijk voor gekozen zich ver weg te houden van elke oorlog en heeft defensie er altijd een beperkt budget gekregen. Vorige week is een heuse dijkbreuk geslagen in die pacifistische houding, met een aanzienlijke verhoging van het defensiebudget en een actievere rol in de oorlog als gevolg­. Voor velen van onze oosterburen voelt dat heel ongemakkelijk aan.

Al wekenlang woedt er een debat over hoe Duitsland zich moet op­stellen. Intellectuelen als ­Jürgen Haber­mas hebben zich in de discussie gemend en er de pagina’s van Die Zeit mee gevuld. Ook schrijfsters Julie Zeh en Thea Dorn correspondeerden publiekelijk met elkaar over de vraag of en hoe Duitsland zich met deze oorlog moet bemoeien.


Politiek gesproken komt het pleidooi voor een actieve militaire betrokkenheid uit opvallende hoek. ‘Als de wereld verandert, moeten ook onze­ politieke antwoorden veranderen’, stelde de groene minister van Buitenlandse Zaken Annalena­ Baerbock, waarmee ze de bondskanselier ertoe aanspoorde om zware wapens te leveren aan Oekraïne­. Olaf Scholz is overstag gegaan, maar uit alles blijkt een groot ongemak over welke die nieuwe politieke antwoorden moeten zijn. Iedereen ziet in dat Rusland deze oorlog niet kan winnen, maar wat dan wel? Poetin van de macht verstoten is alles­behalve evident: hoeveel doden sleurt hij mee in zijn val en hoe moet het daarna verder met Rusland?


Sowieso zal de Oekraïense vrijheid niet zonder vuur tot stand komen­. Daarop waren we niet voorbereid. Sinds 9/11 leek de fundamentalist nog de enige overgebleven vijand­ te zijn. Vandaag staat het halve­ Westen opnieuw met één been in een soevereine oorlogsvoering die we in het Avondland niet meer voor moge­lijk hadden gehouden. Francis Fukuyama dacht in 1989 nog dat we bij het einde van de geschiedenis waren­ aangekomen. Zo’n dertig jaar later lijkt het er eerder op dat ze pas goed en wel begonnen is.


Terug


5 weergaven