top of page
  • Ignaas Devisch

Een grijze valentijn gewenst


© getty

Het voelt wat contrair aan, maar op deze knalrode Valentijnsdag wil ik het over grijs hebben. ‘Grijs’ klinkt doorgaans negatief: grijze ­dagen, een grijze muis, een grijze persoonlijkheid. Grijs lijkt de niet-kleur bij uitstek, die we steevast ­tegenover licht en kleur plaatsen. Het hangt tussen wit en zwart en is een kleurloze kleur waar geen doorkomen aan is. Wie anders dan een ­filosoof – in casu Peter Sloterdijk – zou het in zijn hoofd krijgen hier een vraag bij te stellen? Zijn boek Wer noch kein Grau gedacht hat (‘Wie nog geen grijs heeft gedacht’) begint met een statement van formaat: ‘Zolang men geen grijs heeft gedacht, is men geen filosoof’ – een toespeling op wat Paul Cézanne over schilders zei: ‘Wie geen grijs heeft geschilderd, is geen schilder.’


Hebben filosofen het over grijs? Meer dan we vermoeden. Te beginnen bij ­Plato, in wiens allegorie van de grot de vastgeketende grotbewoners tegen ­grijze schaduwen moeten aankijken en pas kleuren – het zonlicht en de waarheid – zien als ze de grot verlaten hebben. Ook andere ­filosofen hebben aan grijs gerefereerd en dat verleidt Sloterdijk om van daaruit een kleurenleer uit te werken die aanknoopt bij wat de Duitse dichter Goethe ooit uitwerkte.


De relatie tussen waarheid en kleur verdient op de dag van de liefde zeker onze aandacht. Denk aan de uitspraak ‘de waarheid komt aan het licht’. Duisternis of grijs zijn blijkbaar een sta-in-de-weg om tot de waarheid te komen. Ze staan voor het verborgene, het niet-kenbare. Leugens of onwaarheden zouden het daglicht niet verdragen en zich ­ergens in duistere nevelen verhullen. Anders gezegd, het niet-zichtbare staat gelijk met het leugenachtige. Dat betekent zoveel als dat we kijken beschouwen als het superieure ­zintuig om tot waarheidsvinding te komen. Maar waarom zouden we de waarheid niet kunnen ruiken, voelen of proeven? Die zintuigen associëren we veeleer met emoties of smaak­oordelen. Dan gaat het er niet om of een ervaring waarheidsgetrouw is maar of iets lekker, mooi of zacht is.


De dominantie van het kijken ­tegenover andere zintuiglijke ervaringen zit diep in ons begrippen­apparaat verweven. Denk aan het ­begrip ‘voorstelling’. Dan gaat het ­erom dat je iets letterlijk voor je wilt zien. Begrijpen staat dan gelijk met je er meester van maken. De door Dirk De Wachter sterk geapprecieerde Emmanuel Levinas zag in die eisende houding een gevaar voor de manier waarop we met anderen ­omgaan en neigen hen tot middel van onze zelfrealisatie te herleiden. Daarom sprak hij liever over de ­Ander, met een hoofdletter, om duidelijk te maken dat andere mensen meer zijn dan de voorstelling die wij ervan maken.


Diezelfde overweging kun je ­maken in het verschil tussen aan­raken en vastgrijpen. Aanraken is een ontmoeting, vastgrijpen een ­reductie of eenwording. Als we vanuit dat perspectief naar de liefde kijken, is Valentijnsdag omgeven door de mythe dat de ideale liefde een vorm van eenwording, versmelting is met elkaar. Dan worden twee mensen één en kun je ze niet langer van elkaar onderscheiden. De geliefden, zo wil de mythe, moeten zich helemaal aan elkaar geven, in volle transparantie, zodat niets aan het licht van de liefde ­ontsnapt. De waarheid van de liefde – de ware liefde – begrijpen we duidelijk vanuit hetzelfde register dat het verborgene – wat niet aan het licht komt – gelijkstaat met leugens. Veel relaties lopen nochtans stuk door die onhaalbare eis – het gevoel te verstikken in je relatie – of door de ontdekking dat je geliefde anders is dan je dacht en de desillusie dat je verkeerdelijk dacht de ander volledig te kennen.


De relatie tussen waarheid en transparantie versus leugen en grijs verdient daarom verder onderzoek vanuit het besef dat het ons doen en laten bepaalt, ook in de liefde. ­Onvermijdelijk moeten we terug naar Plato en zijn misprijzen voor de menselijke zintuiglijkheid, omdat die ons van de waarheid zou ­afleiden. De platonische liefde werd door Plato omschreven als een aantrekkingskracht tussen gelijken en een hogere vorm van liefde dan de ­lichamelijke. Dan sturen mensen bij wijze van spreken hun zintuiglijkheid met verlof om zich alleen nog met schoonheid, goedheid en waarheid bezig te houden. Vandaag beseffen we dat mensen door en door ­zintuiglijke wezens zijn die elkaar kunnen aanraken, besnuffelen, proeven of beluisteren, ook in het duister en in het besef dat we ons nooit volledig aan elkaar kunnen geven. In weerwil daarvan ensceneren we elk jaar opnieuw de mythe alsof liefde alleen levensvatbaar is als totaalbeleving, met de warme kleur van passie die elke dag op ons afstraalt. Terwijl we toch al een tijdje weten dat grijs minstens vijftig tinten heeft.



30 weergaven
bottom of page